tentoonstelling

schaar in matisse
16 okt 1996 - 27 apr 1998

Op 16 oktober ging de schaar in De parkiet en de meermin van Matisse. De renovatie, die achter de schermen al langer in gang is, wordt sinds het najaar voortgezet 'op zaal'.

De witte achtergrond van het werk is in de loop der tijd bruin geworden en wordt vervangen door een nieuwe witte drager. Andre van Oort, papierrestaurator van het Stedelijk, verwacht in totaal tien maanden werk te hebben aan de renovatie van het kunstwerk. Door ruiten kan het publiek de vorderingen volgen. Boven het werkblad hangt een camera: via een monitor kan men op belangrijke momenten direct op de handen van de restaurator kijken. In een kleine tentoonstelling wordt duidelijk gemaakt waaruit de renovatie bestaat. 

Henri Matisse maakte De parkiet en de meermin in 1952 en 1953. Hij was ziek en knipte, zittend in een rolstoel, vormen uit met gouache beschilderd papier, die hij op de muur liet prikken door zijn assistente. Zo liet Matisse een 'tuin' om zich heen groeien. Met de 150 knipsels werd net zo langgeschoven tot de juiste compositie was ontstaan. De stukken papier zitten daarom op sommige plekken vol punaisegaatjes. Nadat Matisse had besloten dat het werk gereed was, werd op doorzichtig papier de plaatsing van de knipsels overgetrokken. Volgens deze tekening werden daarna de vormen op een ondergrond geplakt van wit papier op een linnen drager.

Het werk, dat bestaat uit zes panelen, is 7,73 meter breed en 3,37 meter hoog. De ondergrond - de drager van de gekleurde knipsels van bladeren, granaatappels, de parkiet en de meermin - wordt nu vervangen. 
In 1967 kocht het Stedelijk het werk aan. De ondergrond was beschadigd en het Stedelijk Museum besloot tot een renovatie, die in Parijs werd uitgevoerd door de assistente van Matisse. Hierbij zou het overigens niet blijven.

In 1974 werd op de nieuwe ondergrond een verbruining geconstateerd die werd toegeschreven aan het gebruik van een verkeerde lijm. Opnieuw besloot het museum tot vervanging van de ondergrond. Hiervoor werd hetzelfde papier gebruikt als in 1967/68. Deze uitgebreide renovatie, die duurde van 1974 tot en met 1978, werd ook destijds uitgevoerd door Andre van Oort. In 1983 werd een verbruining zichtbaar, die zich in de loop der jaren verergerde. Na uitvoerig onderzoek blijkt dat de verkleuringen moeten worden toegeschreven aan een fout in de productie van het papier en niet aan de lijm, zoals eerder was gedacht.

We spreken overigens van een renovatie, en niet van een restauratie, omdat juist de ondergrond waarom het nu gaat, niet kan worden gerekend tot de originele elementen van het kunstwerk. In principe vervangen het papier en linnen de banen papier op de muur waarop Matisse de vormen liet arrangeren. Deze renovatie gaat aanzienlijk korter duren dan die van 1974-78, omdat de werktekeningen zijn bewaard en opnieuw kunnen worden gebruikt. In 1996 heeft Van Oort zich bezig gehouden met het onderzoeken van het materiaal voor de nieuwe ondergrond, in oktober ging de schaar daadwerkelijk in het oude papier. Na afloop blijft het kunstwerk permanent te zien.