tentoonstelling

revolution in the air - de sixties en het stedelijk
26 jul - 31 dec 2003

Interdisciplinaire presentatie met veel aandacht voor design, meubels, elektrische apparaten, drukwerk en affiches, sieraden en mode.

Centraal staat de popcultuur en de opkomst van de moderne jongerencultuur uit de periode 1965-1975. 
Met ‘Revolution in the Air’ gaat het tweede deel van de collectiepresentatie waarmee het museum zijn deuren sluit van start. De tentoonstelling is tegelijkertijd een staalkaart van de rijke en brede collecties van het Stedelijk Museum. Halverwege de jaren zestig, onder het directoraat van Edy de Wilde, werd het tentoonstellingsbeleid enorm versneld en de actualiteit werd op de voet gevolgd.

In de jaren van experiment, geestverruiming, hippies en studentenrevoltes, waarin Amsterdam zijn naam kreeg als magisch centrum (toen: ‘sentrum’), ontwikkelde het Stedelijk zich als place to be. De veelzijdige verzameling getuigt van die glorieuze jaren evenals het drukwerk van het museum zelf (Wim Crouwel) en de indrukwekkende verzameling affiches, die betrekking hebben op de talloze protestbewegingen, en bijvoorbeeld de huisstijl van een hippe Amsterdamse boutique (Swip Stolk voor Jan Jansen).

De presentatie laat ook zien hoe experiment en engagement opgang maakten naast een meer traditionele vormgeving. Dit wordt geïllustreerd door de Noord- en West-Europese vormgeving met haar rationalistische, Braun-achtige esthetiek versus het uitbundige en kleurige Italiaanse design. Die uitbundigheid werd mede mogelijk gemaakt door de toepassing van nieuwe kunststoffen.

Een aparte ervaring van de periode vormen de zalen met typische jaren zestig keramiek en met textiele sculpturen. De erotische uitstraling die dit werk nog in de jaren zestig had – de bezoekers mochten toen nog in het zwarte lobbige tent object, een soort baarmoeder van Magdalena Abakanowicz, kruipen – is vandaag de dag niet meer navoelbaar. Wel herkenbaar is de exotiek van het werk van Sheila Hicks die veel invloed onderging van kunst uit India en Marokko en daar ook ateliers oprichtte. 

Het vermelden waard zijn de prachtige bedrukte kleurrijke stoffen uit die tijd: het Stedelijk bezit ca. 800 stalen gordijnstoffen, een unicum voor Nederland en een onbekende schat.
Ook uit de vermaarde sieradencollectie die precies in het onderhavige tijdvak is ontstaan, is rijkelijk geput. De moderne mens van de jaren zestig was immers juist herkenbaar aan zijn strakke aluminium armband of broche en het museum bezit er tientallen van (Emmy van Leersum, Gijs Bakker, Françoise van den Bosch, Nicolaas van Beek e.a.). 

Een aantal kabinetten is specifiek voor de fotografie ingeruimd. Behalve toppers van de collectie als Diane Arbus, Danny Lyon en William Eggleston is een aanzienlijke plek weggelegd voor reportagefotografie uit revolutionaire centra zoals Berkeley, Parijs en Amsterdam, en oorlogsgebieden zoals Nicaragua (Koen Wessing). Dat engagement komt ook naar voren in de politieke affiches uit de tijd van ‘Vietnam’ en de protestbewegingen. En niet te vergeten in The Beanery van Edward Kienholz, het sluitstuk van ‘Revolution in the Air – De Sixties en het Stedelijk’.