tentoonstelling

l'enfer, c'est les autres
22 jul - 2 sep 2007

Gastcurator Nathalie Zonnenberg, in het verleden werkzaam bij Witte de With (Rotterdam) en museum Kröller Müller, nodigt drie jonge Europese kunstenaars uit die zullen reflecteren op contacten met ‘de ander’.

met: Köken Ergun, Sejla Kameric and Gal Kinan.

Een performance en debat maken deel uit van dit project.

De titel van de tentoonstelling L’enfer, c’est les autres (De hel, dat zijn de anderen) is ontleend aan een uitspraak uit het toneelstuk Huis clos (Met gesloten deuren) van de Franse filosoof Jean-Paul Sartre. De uitspraak kan worden gezien als het motto van het existentialistische stuk, dat de paradoxale verhouding van de mens tot ‘de ander’ aan de orde stelt. De tentoonstelling is opgezet naar hetzelfde model als het toneelstuk: een mannelijke en twee vrouwelijke kunstenaars zijn samengebracht in een afgesloten kamer zonder ramen of spiegels, en zijn gedoemd zich tot elkaar te verhouden.

De drie kunstenaars nemen met hun werk de positie van ‘de ander’ in en tonen dat ‘de hel’ niet alleen bestaat uit een externe dreiging, maar juist ook uit een interne dreiging. Vanuit verschillende brandpunten van politieke onrust tonen zij in feite een universeel gegeven dat zich in verschillende maatschappelijke contexten manifesteert, namelijk dat het van overheidswege beschermen van de ‘eigen’ cultuur evengoed militaristische of zelfs bedreigende vormen aan kan nemen. De kunstenaars in L’enfer, c’est les autres, de Turkse Köken Ergun (Istanbul 1976), de Bosnische Sejla Kameric (Sarajevo 1976), en de Israëlische Gal Kinan (Beer Sheva 1971), zijn de actoren in deze brede cultureel/politieke discussie.

In de werken die Köken Ergun in SMBA laat zien, wordt de verhouding tussen religie en staat in de Turkse samenleving van verschillende kanten belicht. Untitled (2004) verbeeldt de problematiek rond de Islamitische hoofddoek vanuit een persoonlijk perspectief. In de video zien we de kunstenaar verschillende draagtypen van de hoofddoek uitproberen totdat hij uiteindelijk in tranen uitbarst. I, Soldier (2005) toont dat het hoogste goed van de seculiere staat, de vrijheid van meningsuiting, soms op dubbelzinnige wijze in stand gehouden wordt. Ergun legde het militaristische ceremonieel bij de viering van de 19de mei, de nationale feestdag voor de Turkse onafhankelijkheid, vast met de camera. Strak georkestreerde bewegingen van schoolkinderen, maar ook de in slowmotion vastgelegde mimiek van een individuele soldaat, roepen herinneringen op van totalitair machtsvertoon uit zowel communistische als nationaal-socialistische systemen.

Sejla Kameric’ werk Bosnian Girl (2005) toont de breekbare positie van de Bosnische culturele identiteit. Niet alleen binnen de Joegoslavische context maar ook door de ogen van de Westerse ‘beschermer’. Het is een poster die op verschillende plaatsen in Europa in de publieke ruimte is verspreid, waarop een racistische graffititekst over het portret van een mooie jonge vrouw is geschreven (Kameric zelf). De tekst luidt ‘No teeth, a mustache, smell like shit? Bosnian girl!’ en is afkomstig uit de moslimenclave Srebrenica, van de hand van een Nederlandse soldaat. In SMBA wordt dit werk een bredere context gegeven. Kameric verzamelde verschillende graffititeksten die Nederlandse soldaten in Srebrenica achterlieten en brengt deze aan op de muren van de expositieruimte. De graffiti geeft een pijnlijk verslag van de dubbelzinnige rol die het Nederlandse leger speelde ter beveiliging van de moslim-minderheid in Bosnië en bevraagt meer in het algemeen de kwestie van veiligheid binnen de eigen cultuur.

Gal Kinan stelt in haar werk de verhouding tussen het individu en de staat aan de orde. Daarbij is de militaristische, patriarchale traditie van de Israëlische cultuur haar belangrijkste uitgangspunt. Father (2006) is een motorisch aangestuurde sculptuur, die de dominante positie van de vaderfiguur op zeer expliciete wijze verbeeldt. De imposante betonsculptuur die in geabstraheerde, modernistische stijl een mansfiguur neerzet, valt vooral op door de grote, mechanische ‘robot-arm’ die een slappe gebreide meisjespop rondslingert. De voorgeprogrammeerde bewegingen van de figuur doen aanvankelijk gewelddadig aan, maar tonen in de herhaling een besloten tragiek: de onmacht zich uit het decorum van zijn tradities te bevrijden. Haar nieuwe videowerk Reviving Pleasure (2007) toont de vrouwelijke kant van dit gegeven, en interpreteert het (vrouwelijke) lichaam als incompetent gereedschap.


SMBA is de project ruimte van Stedelijk Museum Amsterdam

www.smba.nl